Sint Philipsland
St. Maartensdijk Westkerke Scherpenisse Dinteloord Steenbergen Bergen op Zoom

Ons verhaal begint bij de plaats waar voor het eerst iets van onze stamvader Bastijaen Belet is gevonden. Het gaat over Sint Philipsland, welk eiland met veel inspanning en in meerdere pogingen op de zee is veroverd. Wij denken dat  onze stamvader van elders vandaan naar het eiland Tholen is gekomen, om vervolgens mee te gaan werken aan de bedijking van "Philippusland". Voor het eerst werd de bedijking van het eilandje voltooid in het jaar 1487. In 1511 werd er door een grote stormvloed enorme schade aangericht, die met man en macht, zo snel als mogelijk was, werd hersteld. Helaas wierp een nieuwe door zware storm opgewekte vloed het werk zo ongeveer terug naar af. Er vertrok een aantal mensen naar elders, maar de overgeblevenen zetten er de schouders onder en in 1531 was de dijk weer zo goed als nieuw.

Er wachtte de eilanders echter een enorme teleurstelling....

Op 2 november 1532 werd al de verrichte arbeid teniet gedaan door een zware stormvloed. Degenen die ondanks alles na de vorige overstromingen waren gebleven, trokken nu ook weg. De eerstvolgende bedijking werd meer dan een eeuw later aangevangen in de 40-er jaren van de 17e eeuw. Na deze bedijking kwam het op de zee heroverde eiland voor 1/3e deel in het bezit van Jacob van Baerlandt (1578-1662, Rooms Katholiek, heer van Baarland en Wemeldinge, hij bezat ook de heerlijkheid Dirksland), afkomstig van Antwerpen, voor 1/3e deel aan Gerard van de Nisse (1602-1669) uit Goes en voor 1/3e deel aan de gezamenlijke erfgenamen van Anthony Manryque uit Voorburg en Mr. Hendrik Sasse van Weldam uit Utrecht.

De veronderstelling dat onze stamvader van elders naar St. Philipsland is gekomen wordt gesteund door gegevens uit de "Kadastrale Atlas van Zeeland van 1832". Hierin lezen we met betrekking tot het pand Voorstraat Westzijde 54 het volgende:

Van de hierna met betrekking tot dit adres vermelde transacties, hebben de eerste drie betrekking op een keet. Die heeft waarschijnlijk in verband met de bouw van een woning op het daarvoor bestemde erf gestaan. De keet werd in 1656 afgebroken en heer Geeraert van der Nisse liet op die plaats een woning bouwen. De geschiedenis van het onderhavige perceel vertelt verder dat over de periode 1655 - 1656 Jacob Jobsen en Bastiaen Beleedt eigenaren van de keet waren en vanaf 1656 Bastiaen Beleedt alleen de eigenaar was.

Met betrekking tot transacties met het perceel vermeldt voornoemde Atlas ook:

21 juni 1655: Emanuel Jopsen van Vrijberghe verkoopt namens de erven van Adrijaen Franssen Pijeck aan Jacob Jopsen en Bastijaen Beleedt een keet op ambachtsherengrond. Prijs 48-6-8, te betalen in termijnen. Manuel Jopsen houdt het recht van een gang door de hof van Jacob Jopsen om water te halen.

3 mei 1656: Jacob Jopsen verkoopt aan Bastijaen Beleedt een keet. Prijs 48-6-8, te betalen in termijnen. Manuel Jopsen behoudt het recht van een gang door de hof van Jacob Jopsen om water te halen.

14 mei 1661: Bastijaen Belet verkoopt aan Manuel Jobs een keet voor 30. 

N.B. Het is waarschijnlijk dat de hier bedoelde keet stond op de plaats van Voorstraat 54. 

Het verhaal gaat verder over het pand Achterstraat 54. Hierbij staat geschreven:

Op de westelijke hoek van de Achterstraat - Zuiddijk werd na de herbedijking een huis gebouwd, spoedig gevolgd door een tweede. Voorzover valt na te gaan werd de eerstgenoemde woning nog in de 17e eeuw afgebroken. De tweede bleef behouden. In de samenvatting inzake de eigenaars van dit pand wordt vermeld dat in 1662 Bastiaen Beleedt eigenaar was. 

In de transacties vinden we:

16 februari 1662. Bastijaen Beledt verkoopt aan Mattijs Rijniers een huis voor 20. De gehuurde dijk zal behoren bij de koop waarvoor Mattijs Rijniers borg moet stellen en de cijns voor de vroon over 1661 moet betalen.    

De bewoners van Sint Philipsland kwamen van Tholen, Zuid Beveland, Westelijk Brabant en in mindere mate van Noord Beveland, Schouwen- Duiveland en Goeree-Overflakkee.

   

Sint Maartensdijk
St. Philipsland Westkerke Scherpenisse Dinteloord Steenbergen Bergen op Zoom

De plaats waar Bastyaen zich tussen 1662 en 1680 is gaan vestigen is Sint Maartensdijk

Luchtfoto van Sint Maartensdijk door Foto Slagboom in 1965.

Hier hebben ook zijn zonen Dirck Bastiaensen Ballet, Jacob Bastiaans Blet en Jan Ballet gewoond. Van deze zgn. "smalstad"  in de Oudelandpolder is voor het eerst sprake in 1357. Er werd in dat jaar in een oorkonde melding gemaakt van een dorp genaamd "Haestinge in Sinte Martensdike". Dit dorp, dat toen reeds enige betekenis had, is wellicht ontstaan in de dertiende eeuw bij het kasteel van de heren van Overbordene. Na het jaar 1434 vindt men alleen nog de naam Sint Maartensdijk (afgeleid van de naam van de heilige Martinus). In de Cronijk van Zeeland van 1696 wordt er gesproken van Smerdiek, zoals de plaats ook heden nog door de eilanders wordt genoemd.

In de 14e en 15e eeuw behoort de heerlijkheid aan het huis Van Borssele. Floris uit dit huis stichtte in 1411 het Sint Maartenshuis of Kapoenhof, een tehuis voor de verzorging van 12 oude mannen. De zoon van Floris, Frank van Borssele, huwde in 1433 met Jacoba van Beieren. De plaats verkreeg naar vermoed wordt stadsrechten in 1485 van Alienora van Borssele, de zuster van Frank. 

Portretten van Jacoba van Beieren en Frank van Borssele.

 

Via Floris van Egmond, diens zoon Maximiliaan en kleindochter Anna van Egmond (beter bekend als Anna van Buren), kwam Sint Maartensdijk in het bezit van de oudste zoon van stadhouder Willem I, Philips Willem van Nassau. Onze koningin Beatrix is nog steeds Vrouwe van Sint Maartensdijk.

Sint Maartensdijk bleef een zelfstandige gemeente tot aan de herindeling van het eiland Tholen in 1971. In dat jaar werd de smalstad gevoegd bij de nieuw geformeerde gemeente Tholen. Wel is tot op heden in Sint Maartensdijk het gemeentehuis van de gemeente Tholen gevestigd. Het (vermoedelijk) uit 1586/1587 daterende gebouw werd voor het gebruik als gemeentehuis in 1628 grondig gerestaureerd. Er vonden vervolgens nog aanpassingen plaats in de tweede helft van de 18e eeuw, in 1848 en tenslotte in 1960.

Als middel van bestaan werd al in oude tijden meekrap geteeld en later ook vlas. Aan de verbouw en verwerking van meekrap kwam door de opkomst van de chemische verfstoffen omstreeks 1870 een einde. Ook de vlasteelt verviel tegen het jaar 1900. In de plaats hiervan kwam de beurtschipperij, die tot in de dertiger jaren van de twintigste eeuw een belangrijke bron van inkomsten vormde. Nadat in 1959 Sint Maartensdijk als secundaire ontwikkelingskern werd aangewezen, werd er een industrieterrein aangelegd, waaraan in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw uitbreiding is gegeven door de stichting van bedrijfsverzamelgebouwen voor vooral startende ondernemers. Voorts gaf de opkomst van recreatieterreinen nieuwe impulsen aan de smalstad Sint Maartensdijk.

 

naar volgende pagina